Hoofdstuk 10

Als de ziel ervoor kiest om God te dienen,

dient zij mysterie dat onomstreden is.

Het is datgene wat volledig kan worden vertrouwd.

17 februari 1989

 

Het vuur laait op als Kendra op de bank gaat zitten, en mij een kop hete, glühwein aanreikt.

 

“Wat vroeg voor een slokje wijn, vind je niet?”

 

“Je weet hoe ik ben! Het is zaterdag en het is nooit te vroeg om van mijn vrije dag te genieten. Trouwens, niet iedereen heeft de vrijheid om ‘m te smeren naar Hawaï!”

 

Ik geef geen antwoord. Ik kijk haar alleen maar aan. Ik herinner me dat ik precies zo dacht. Is het nog maar zo kort geleden? Dacht ik echt dat ik niet vrij was om de diepte van mijn hart te volgen, en dat de ‘werkelijkheid’ daarbuiten was, in een baan waar ik niet echt van hield? Natuurlijk geloofde ik dat. In deze interne worsteling gelooft een deel van mij nog steeds dat ook ik ‘terug op aarde’ moet komen, behalve dat een groter deel van mij dat tevoorschijn komt – een deel dat ik nu pas leer kennen – daar gewoon niet meer aan wil toegeven.

 

Kendra lijkt precies te weten wat ik denk.

 

“Ik neem aan dat ik mijn vrijheid nog steeds gebruik om vast te houden aan deze levensstijl die ik zo goed ken!” Ze glimlacht flauwtjes, en nipt aan haar glühwein.

 

Met een blik op het manuscript in zijn lichtblauwe kaft, kijkt ze me aan. “Is dat wat ik denk dat het is?”

 

“Ja. Het voelt nog niet helemaal af, maar ja, dat is het. Ik dacht dat je het voor me kunt doorlezen, terwijl ik weg ben.”

 

Haar handen liggen er op, maar ze verandert plotseling van stemming, en van gedachten.

 

“Zo, je hebt me nooit verteld wat er is gebeurd op je winterexcursie in de bergen.”

 

Ik had echt gehoopt dat ze er niet naar zou vragen. Die reis is een maand geleden, maar toch roept haar vraag moeiteloos een herbeleving op van de impact van die dag; ik vraag me af of dat ooit echt van het heden naar de categorie ‘geschiedenis’ zal overgaan. Mijn hand trilt een beetje als ik mijn haastig leeggedronken beker neerzet en dichter bij het vuur ga staan. Er zijn stukken van die reis die ik niet wil delen. Dingen die me verontrusten. Ik kies ervoor een gebaand pad te nemen.

 

“Eerst, het goede nieuws! Ik kwam bij een beekje, heb de sneeuw van een grote rots geveegd, ben gaan zitten en heb gewacht.”

 

“Wat is er gebeurd?” vraagt ze.

 

“Niets. Nou ja, een tijdje niets, bedoel ik. Behalve dat ik in een heerlijk ritme raakte. Het leek alsof mijn ademhaling als vanzelf in harmonie raakte met het geluid van het water dat over de rotsen stroomde.

 

Ik ga tegenover haar op de bank zitten en neem impulsief haar handen in de mijne.

 

“Toen hoorde ik haar.”

 

“Haar? Je bedoelt Jeshua, toch?”

 

“Nee, haar! Beslist een vrouw.”

 

“Wie?”

 

“M…” Ik stop. “Haal het niet in je hoofd om dat te vragen,” antwoord ik met een rustige beslistheid.

 

Kendra kijkt me strak aan, en knikt haar hoofd ‘oké’, terwijl haar handen wat steviger in de mijne knijpen, alsof ze me wil aanmoedigen om door te gaan. Haar bereidheid om mijn grens te respecteren maakt het op de één of andere manier mogelijk.

 

“Ik zweer dat ik haar kon horen, haar aanwezigheid kon voelen, en – tenminste in mijn denkgeest – haar kon zien, net zo duidelijk als ik jou nu zie.

 

“Ze deed iets. Het voelde alsof ze de bovenkant van mijn hoofd aanraakte. De energie begon als het ware rond en rond te suizen. Ik voelde me duizelig, maar gelukzalig.

 

“Toen spreidde ze haar armen en voelde ik dat een subtiel deel van mij, vloeibaarder dan dit lichaam, met haar uitdijde.

 

“En toen, Kendra, kon ik moeiteloos de bomen voelen, de sneeuw, de rotsen, het water! En ik bedoel, ik voelde ze van binnenuit. Ik voelde ze zoals ik nog nooit heb gevoeld! Misschien, eigenlijk, echt voor de eerste keer!

 

“lk herinner me dat ze op een gegeven moment tegen me zei: ‘Nu ken je je ware lichaam. Het is deze kostbare aarde zelf die je toegang geeft tot dit rijk. Hou van haar zoals je leert van jezelf te houden.

 

“Kendra! Stop! Je breekt mijn vingers!” roep ik uit.

 

“Oh! Sorry, sorry!”

 

Ik voel het bloed terugstromen, de huid onder de vingernagels wordt weer roze.

 

“Dat is zo prachtig!” Er staan tranen in Kendra’s ogen en ik voel dat haar hele wezen open en zacht wordt, maar mijn reactie komt niet overeen met die van haar. Als ze het merkt, pakt ze mijn kin vast, zoals mijn moeder altijd deed als ze een verborgen geheim van me wilde weten.

 

“Kom op! Wat nog meer.”

 

“Kendra, ik praat er liever niet over. Ik bedoel, ik weet niet of ik dat kan.”

 

Het is misschien tijd om terug te gaan naar het vuur. Ik sta op, en staar even in de vlammen.

 

“Ze heeft me de toekomst laten zien.”

 

“Ze wat?!”

 

“Ze heeft me de toekomst laten zien. Kendra, ik zag verwrongen hopen betonnen puin, en, en mensen ineengedoken bij vuren in verlaten straten, en…”

 

“Wacht eens even! Jij zag dat?”

 

“Ja! Als in een supersnelle film, precies daar waar de bomen stonden! Ik werd bang, en plotseling stopte alles, en de bomen stonden er weer, net zoals ze gestaan hadden. Alleen kon ik ze niet meer voelen, zoals vlak daarvoor.

 

“Toen voelde ik haar zachter worden. Ze zei dat er niet veel tijd meer is, tijd om de begoocheling te herstellen die over de mensheid is gekomen, een begoocheling waarin we vergeten zijn dat de aarde werkelijk ons ware lichaam is, dat we allemaal één familie zijn en…en…”

 

“En, toen? Waag het niet om nu te stoppen!”

 

“Dat er hier in werkelijkheid maar één van ons is! Eén wezen, één ziel, gevangen in een begoocheling, een droom. Er is maar één van ons hier!”

 

“Maar, is dat niet wat Jeshua ook tegen jou heeft gezegd? ‘Je kijkt nooit naar een ander, want je ziet alleen jezelf?'”

 

“Nou, ja! Maar, dat slaat nergens op! Verdomme, Kendra! En die toekomstige troep! Ik hou daar niet van! Ik krijg er rillingen van, net als toen Jeshua me zulke dingen liet zien.”

 

“Wat!? Wanneer heeft Hij dat gedaan? Heb je dingen voor mij achtergehouden?”

 

Ik ben betrapt in mijn eigen bekentenis, dat is zeker.

 

“Hé! Ik beroep me op het vijfde amendement omdat het me later kan beschuldigen!”

 

Aan haar gezicht kan ik zien dat die truc bij haar niet werkt.

 

“J-ja, ja dat heeft Hij gedaan. En meer. Veel meer, maar Hij heeft gezegd dat het daarvoor nog geen tijd is. Hij heeft het gehad over een tijd die komt waarin Amerika zich heel veilig en comfortabel zal voelen, en dan zal dat worden verpletterd. Maar wij zullen nog steeds geloven dat de manier van denken van het ego de dag kan redden.”

 

Ik moet weer gaan zitten. Ik praat zachtjes.

 

“Maar dat zal niet gebeuren. Alleen dan zullen wij, zal de hele wereld, gaan beseffen dat de regering, of het grootkapitaal, dat niets de dingen kan laten voortbestaan zoals ze zijn geweest. Dat we door het falen van onze eigen misstappen gedwongen zullen worden om een massale bewustzijnsverandering te ondergaan. Hij zei dat met elke dag die verstrijkt, de getoonde beelden steeds waarschijnlijker worden, ook al zijn ze niet voorbestemd.

 

“Maar Hij legde er ook de nadruk op dat zelfs wat binnenkort kan gebeuren deel zal uitmaken van het ontwaken, de ‘eindtijd’ waarover de Bijbel spreekt, alleen is die ernstig verkeerd geïnterpreteerd. Het is geen straf, want God straft niet. Wij scheppen onze ervaring, en we zijn allemaal zo onlosmakelijk met elkaar verbonden dat, nou ja, dat er eigenlijk maar één van ons is, één ziel die de Mensheid is, en daarin huist de volheid van Christus al, die zich opwerpt om herinnerd te worden, die oprijst om de autoriteit te zijn van waaruit we scheppen, in plaats van angst en het ego dat het voortbrengt.

 

“Hij noemt het het ‘Adamisch Proces’.” Kendra staat op het punt dezelfde vraag te stellen die ik Hem stelde, dus ik ben haar voor.

 

“Hij zei dat Hij daar te zijner tijd meer over zal onthullen; dat het iets te maken heeft met wat Hij werkelijk onderwees toen Hij hier was; dat het mij getoond zal worden als de dingen…rijp zijn. Het was merkwaardig hoe Hij pauzeerde en de nadruk legde op dat woord, alsof het een speciale betekenis had, of zoiets. Hoe dan ook, het resultaat zal de komst van de hemel op aarde zijn. Dat net zoals elke individuele ziel eerst door zijn eigen weerstand moet gaan voordat hij sterft aan zijn oude gedrag, zo ook de mensheid moet overgaan naar de volgende fase van groei.”

 

“En wat is dat precies?”

 

“De Universele Christus Geest, net zo natuurlijk als de ego-geest dat nu voor de mensheid is.”

 

Het is Kendra’s beurt om naar het vuur te lopen, waar ze langzaam, heel langzaam, een slokje neemt van haar glühwein. Het glinstert op haar lippen in het licht van het vuur voordat haar tong de laatste druppels meeneemt.

 

“Dat klinkt allemaal té ongelooflijk voor mij.”

 

“Dat weet ik. Ik voel precies hetzelfde. Het gaat me boven de pet, totaal.”

 

Kendra komt voor me staan, en glimlacht nu.

 

“Maar weet je wat je niet boven je pet gaat?”

 

“Nee, wat?”

 

“Hawaï!”

 

“Oh, god! Ik zou het bijna vergeten! Hoe laat is het?”

 

Ze komt naar me toe als ik opsta en stapt in mijn armen.

 

“Ik denk dat het tijd is voor jou. Dat is wat ik denk.”

 

Ik trek mijn jack aan. Bij de deur, draai ik me naar haar om. Kendra’s glimlach maakt mijn hart wat zachter.

 

“Herinner je je trouwens nog dat boek dat je me een tijdje geleden hebt geleend, dat van ene Alan Cohen?

 

“Ja!”  “Heb je het gelezen?”

 

“Nee. Maar, laatst suggereerde Jeshua – nogal nadrukkelijk – dat Alan een voorwoord voor het boek zou schrijven. Kun je je zoiets voorstellen? Ik weet helemaal niets over hem!”

 

Ze klemt de blauwe ordner liefkozend tegen haar borst.

 

“Vind je het goed als ik hier een tijdje voor zorg?”

 

Ik knik ‘ja’. Als ik had geweten wat dit al heel gauw zou betekenen, was het knikje een zeer nadrukkelijk ‘nee!’ geweest.

 

Nadat onze blikken elkaar even in stilte hebben ontmoet, delen we nog één heel lange knuffel, en dan is het op naar het vliegveld.

 

*****

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *