Hoofdstuk 11

Daar wachten oude vrienden,

en ik kom met je mee om ze nogmaals

naar Mij toe te roepen.

Terwijl ik de wachtruimte bij de gate van het vliegveld uitloop, word ik getroffen door de zoete, heerlijke geuren van Maui, het centrale eiland. Ik sluit mijn ogen en adem deze bedwelmende geur diep in. Genoeg om tranen van in mijn ogen te krijgen. Kun je een eiland als je kostbaarste geliefde beschouwen?

 

Ik stap op de roltrap die me naar de bagageruimte brengt, dan naar de autoverhuur, en dan, en dan, wat? Wat kom ik hier eigenlijk doen?

 

Ik ben een patiënt in de wachtkamer van de Grote Kosmische Dokter. Mijn symptomen?

 

Ik hoor de stem van Jeshua.

 

Ik krijg beelden te zien van gebeurtenissen die nog niet hebben plaatsgevonden.

 

Ik voel me vanuit een plaats binnenin me genoodzaakt om een onzichtbaar spoor te volgen door een gebied waarvan ik het bestaan niet kende, tot ik mij erin bevond!

 

Is hier een pil tegen?

 

Honger! Godzijdank! Ik kan altijd rekenen op mijn eetlust voor de nodige afleiding! Niet ver van het vliegveld, in Wailuku, is een geweldige kleine natuurvoedingswinkel genaamd Down to Earth. En daar kan ik wel wat van gebruiken!

*****

Nadat ik voor mijn salade en wortelsap heb betaald, draai ik me om om de deur uit te gaan, en ik zie aan het eind van de toonbank een stapeltje tijdschriften liggen. Het ziet er uit als een plaatselijk blaadje, dus ik gooi er een in mijn tas, en ga, waarheen anders? Naar het strand!

 

Het zand is heet onder mijn voeten, en zelfs het geluid van de branding die het strand op rolt, lijkt zacht. Eigenlijk voelt het hele eiland Maui zacht aan, zo zacht als fluweel.

 

Omdat ik zo slim ben geweest om net voor de landing mijn zwembroek aan te trekken, schop ik mijn korte broek uit, doe mijn shirt uit en ren het warme tropische oceaanwater in. Ik open mijn ogen voor het prikken van het zoute water en geniet van het eindeloze uitzicht. Linten zonlicht dansen naar beneden, naar een zandbodem die steeds dieper wordt terwijl ik zwem, verder, verder weg in deze ongelooflijk genezende oceaan.

 

Ontspannen liggend op mijn rug, armen uitgestrekt, dein ik mee op de zacht kabbelende golven honderd meter uit de kust, en kijk naar dansende wolkenflarden in een eindeloos blauwe lucht. Ik kan een lange, luide schreeuw niet bedwingen. Deze keer, van pure extase! Op dat moment keert mijn hongergevoel in alle hevigheid terug. Ik draai me om in het water en kijk naar de verre kust en verder naar de majestueuze Haleakala, huis van de zon, de berg die Oost-Maui eigenlijk is en aan wiens zanderige voeten ik ga uitrusten en eten.

 

Terwijl ik mijn laatste wortelsap opslurp, valt mijn blik op het dunne tijdschrift dat ik in de winkel heb meegenomen. Ik blader er verstrooid doorheen, zie hier en daar een kort artikel, advertenties voor dingen als yoga, sufidansen en wat dies meer zij. Ik word meer dan een beetje afgeleid van het lezen door een paar opmerkelijk aantrekkelijke, in bikini geklede vrouwen die in de zon liggen te bakken, gelukkig niet zo ver bij mij vandaan.

 

Een sprankelende, warme oceaan om in te zwemmen. Heerlijk eten. Oerwoud, watervallen, verborgen waterpoelen, en een uitgedoofde vulkaan. En bikini’s. Geen wonder dat Hawaii ‘paradijs’ wordt genoemd.

 

“Ik zou hier absoluut kunnen wonen,” mompel ik en dwing mijn ogen terug naar het tijdschrift. “Misschien ooit.”

 

Op precies dat moment valt mijn blik op een kleine advertentie onderaan de bladzijde. Het is eigenlijk het gezicht waartoe ik word aangetrokken, maar waarom? Wat is deze plotselinge schok van energie in mijn ruggengraat? Het is niet iemand die ik ken, maar op de één of andere manier weet ik dat ik haar moet leren kennen. Naast haar foto staat eenvoudig:

 

‘Sara Patton. Tekstschrijver. Manuscript voorbereiding, vriendelijke ondersteuning voor auteurs.’

 

In minder dan tien minuten heb ik mijn telefoontje naar haar vanuit een telefooncel afgerond, en voor morgen een afspraak gemaakt. Ik weet gewoon dat Sara degene zal zijn die De Jeshua Brieven vorm zal geven. En ik ben nog niet eens in mijn appartement geweest!

*****

Sara is volledig gefocust terwijl ze pagina na pagina doorleest. Ik kan aan niets merken of ze het al dan niet goed vindt. Ze slaat de bladzijden wat sneller om, dus misschien is ze interesse aan het verliezen. Dat zal het wel zijn. Ik wist het! Het is gewoon weer mijn fantasierijke geest die me voor de gek houdt.

 

Ze stopt op de laatste pagina. Ze doet er veel te lang over en ik zie hoe haar ogen elke regel volgen, en dan weer, en nog eens. De stilte is tastbaar.

 

Eindelijk kijkt ze op naar mij. Nog steeds aan het lezen, maar niet het manuscript.

 

“Ik zou het een eer vinden om je te helpen om dit voor te bereiden.”

 

Zei ze dat echt?

 

“Je hebt nogal wat beleefd. Gebeurt het nog steeds?” Ze doet de ordner dicht en plaatst hem op haar bureau. Ik besef dat het niet meer in mijn handen is. Maar ja, was dat ooit zo?

 

“Nou,” ik stamel een beetje. “Ik bedoel, het manuscript is af, bijna, maar nee, ik heb het gevoel dat het nu pas begint.”

 

Haar warme glimlach kalmeert me.

 

“Dat is oké. Ik werk veel met spiritueel geïnspireerde auteurs, dus ik kan wel iets begrijpen van hoe dit voor jou moet zijn. Maak je geen zorgen. Als Hij je hiervoor heeft uitgekozen, zal Hij de dingen voor je regelen.”

 

Ze komt nonchalant, zakelijk en geruststellend over, allemaal tegelijk.

 

“Feitelijk ken ik iemand die dit prachtig zou vinden, en dat zou geweldig zijn omdat hij misschien  wel een aanbeveling voor je wil schrijven.”

 

“Over wie heb je het?” vraag ik.

 

“Oh! Sorry, ik ben gewoon erg enthousiast geworden om de een of andere reden. Alan Cohen. Ken je zijn werk? Hij woont hier op Maui. Het zou niet moeilijk moeten zijn om hem hier een kopie van te geven!”

 

Jeeeeezzzzzzzuuuuusssssss!

 

Ik kan het niet helpen. Ik begin zenuwachtig te lachen, en vertel Sara uiteindelijk over de ‘profetie’ die Jeshua had gedaan over Alan, de vreemdeling die ik nog nooit heb ontmoet, maar die – via Sara – binnenkort De Jeshua Brieven zal lezen.

 

“Nou, zie je wel? Net zoals ik al zei! Als Hij jou heeft gekozen om dit over te brengen, lijkt het erop dat Hij je al een stap voor is!”

 

Of, misschien wel duizend stappen. Ik vraag me af of ik de achterstand ooit zal inlopen. Ik dacht altijd dat mijn verlossing erin lag een allesweter te worden. Maar het begint erop te lijken dat de echte richting is een allesvertrouwer worden!

 

Het gesprek eindigt met mijn handtekening op een contract en Sarah’s belofte onmiddellijk aan de slag te gaan. Ze zal het manuscript binnen een week bij Alan afleveren, maar net als ik vertrek, besluit ze me zijn telefoonnummer te geven.

 

“Het lijkt me het beste dat jij hem eerst belt.”

 

En zo verlaat ik tekstschrijfster Sara Patton en rijd van haar flat in Maalaea terug via de weg die langs Sugar Beach loopt, terug naar mijn appartement in het paradijs, en naar iets waar ik tegenop begin te kijken.

 

Straks ga ik een volslagen onbekende bellen, en iets zeggen als,

 

“Hallo. Je kent me totaal niet, maar ik heb een manscript. Waar gaat het over? Nou, zegt de naam ‘Jeshua’ je iets? Nee? Dat dacht ik al.”

 

Jeminee! Ik moet een volslagen vreemde erover vertellen. Het was al een heel ding om Sara het manuscript te laten lezen. Dat gaf tenminste wat afstand! Maar nu moet ik een wildvreemde benaderen en alles ‘opbiechten’! Tjonge, ik heb een lekkere, lange duik nodig. Hoe ver is het trouwens terug naar Tacoma?

*****

“Aloha! Met Alan!”

 

De stem is zacht, open, enthousiast. En hij weet nog niet eens wie er belt. God, nemen zelfs de mensen die hier wonen die zachte Maui-kwaliteit aan? Op de een of andere manier stotter ik door een introductie van mezelf, en vertel Alan dat Sara me naar hem heeft verwezen.

 

“Nou, als Sara het goed vindt, moet het wel zo zijn. Ze levert goed werk, hoor. Je bent in goede handen gevallen!”

 

Ik vraag me af of hij dat nog zal zeggen als ik hem vertel door Wie! Ik begin het eruit te flappen. Alles. Als ik klaar ben, stop ik en luister hoe snel mijn hart klopt in de verder stille pauze.

 

Plotseling zie ik voor mijn geestesoog een beeld van Alan, zijn ogen gesloten, alsof hij bidt over wat ik hem heb verteld. Ik zie ook Jeshua, die vlak bij hem staat en naar mij glimlacht. Precies op dat moment verdwijnt het innerlijke beeld, en wordt vervangen door de stem van Alan.

 

“Sorry, maar ik voelde behoefte om mijn ogen te sluiten en me af te stemmen op de Heilige Geest.”

 

Mijn mentale beeld was toeval, dat weet ik zeker.

 

“Je manuscript voelt goed aan,” gaat hij verder. “Ik zou het graag lezen.”

 

“Werkelijk?”

 

“Ja hoor! Ik zal Sara even bellen, dan kan ze me een kopie toesturen. Hoe lang blijf je op Maui?”

 

Hij gaat het echt lezen! “Eh, nog maar een week. Behalve, natuurlijk, als ik hier naartoe verhuis.”

 

Hierheen verhuizen! Natuurlijk! Ik heb niet echt een baan om naar terug te gaan! Wow!

 

Alan lacht. “Ze heeft je hart al gestolen, is het niet?”

 

“Zij?”

 

“Moeder Maui! Iemand moet ‘ja’ zeggen tegen de vreugde. Je kunt net zo goed met ons meedoen!”

 

Ja zeggen tegen vreugde? Echt? Volledig? Kan dat wel? Werkt dat eigenlijk wel?

*****

Mijn gesprek met Alan is voorbij. Ik heb mezelf niet zover kunnen krijgen om één klein onderdeeltje aan hem te vertellen. Het stukje over Jeshua die zei dat hij een voorwoord zou schrijven voor het boek. Ik bedoel, dit is onze eerste ‘date’, per slot van rekening!

 

Nadat ik de telefoon heb opgehangen, loop ik naar buiten en ga op het gras zitten. Het is bijna zonsondergang. De passaatwind is aan het afnemen tot een zachte streling. De zon is heerlijk, bijna erotisch, verrukkelijk op mijn gezicht en armen. Een kardinaal vogel landt op het gras en kijkt me vragend aan voor iets eetbaars.

 

“Sorry, makker. Ik heb je niets te geven, tenzij je toevallig wat interessante lectuur wilt voor het slapengaan!”

 

Ik laat hem mijn lege handen zien, hij draait zijn kopje een paar keer van links naar rechts en vliegt dan weg. Het licht begint goudkleurig te worden, als vloeibaar goud dat stroompjes vormt terwijl de zon zich nestelt achter de rand van het eiland Lanai aan de horizon.

 

Ik kijk om me heen ….Maui. Hier wonen, in al deze schoonheid? Ik? Het dringt tot me door dat ik hier net zo goed blut kan zijn als waar dan ook. En, er is tenslotte iemand die aan het manuscript werkt. Misschien moet ik daar maar op vertrouwen. Ja! Dat is precies wat ik ga doen!

 

Plotseling, als ik naar de sterren kijk, en dan naar de opdoemende ronding van de Haleakala, en die wonderbaarlijke zoete geuren inadem, lijkt Moeder Maui meer en meer op thuis.

 

Wie hou ik hier voor de gek, denk ik bij mezelf. Het voelde al als thuis de eerste keer dat ik hier was in 1973. Het jaar dat ik met mediteren begon. Waar ik mijn eerste Zen meester heb ontmoet. Maui is de gemakkelijke spijkerbroek die ik in de kast heb gelegd en vergeten ben. Waarom deed ik dat? Waarom was ik niet bereid – of in staat – om mezelf te laten zijn waar ik het liefste ben?

 

Die gedachte komt hard aan. Het is als een symbool van veel diepere dingen, is dat niet zo? Want wat heeft mij al die jaren weerhouden, al die levens die zich, sinds Jeshua’s verschijnen, als fragmenten van een vergeten droom hebben geopenbaard; wat heeft mij weerhouden om mij open te stellen om werkelijk het hart en de ziel van de Waarheid te ontvangen die zo overduidelijk is in Zijn woorden? Ik moet weten, echt en volledig weten, waar dat allemaal over gaat! Niet alleen voor mij, voor alle zielen. Wat precies houdt de wereld draaiende? Wat houdt het lijden op zijn plaats, als een kapotte grammofoonplaat?

 

En in één vingerknip explodeert een sleutelmoment van mijn leven in mijn bewustzijn:

 

Vietnam. Ik ben achttien. Het vuurgevecht was gruwelijk, onverwacht, en dodelijk voor te velen. Nu graaf ik nog weer een schuttersputje op nog weer een onbekende plek in een eindeloze jungle in de centrale hooglanden. Ik kijk op, en ben als aan de grond genageld door de mooiste zonsondergang die ik ooit heb gezien. Wat een schoonheid! Is het het schokkende contrast van schoonheid en pijn dat het hem doet? Want ik word uitgestrekt tot in het oneindige, tot de zonsondergang net zo in mij is als ik er een ogenblik geleden nog naar keek. Er is geen einde aan mij, alle dingen zijn in mij, en ik doordring alle dingen. Dan, even plotseling als het begon, sta ik weer met de schep in mijn hand. Ik zie dat het donker is. Er moet minstens een uur voorbij zijn gegaan! Waarom heeft niemand me gestoord? Ik ben me weer bewust van de nacht en van de oerwoudgeluiden die ik zo alert heb leren horen om te overleven. Ik spring in mijn schuttersputje en kijk omhoog naar de weinige sterren die ik door het bladerdak kan zien.

 

“Wat was dat in godsnaam? God, als er zoiets bestaat, moet ik weten wat dat was! En, en wat is dit; die waanzin in de wereld, en die schoonheid, wat is er in godsnaam echt aan de hand? Ik moet het weten! Vertel op, verdomme!”

 

Er komt geen antwoord en na verloop van tijd ben ik weer een soldaat in verhoogde staat van paraatheid tegen het gevaar daarbuiten, verborgen in de jungle. Een mug brengt me terug naar het heden. Met een klap realiseer ik me dat hij net zijn laatste moment van leven heeft gehad. Ik was dat moment in Vietnam vergeten. Het werd bedolven onder de stortvloed van de rest van dat jaar, en van de jaren sindsdien.

*****

Maui rust in de naderende nacht, maar de lucht is nog steeds zo zacht en zoet. Wat een schoonheid! Ik spring overeind.

 

“Nou, dat is dat! Het is koud in Tacoma! Hé, Moeder Maui! Maak kennis met je nieuwste bewoner!”

 

Terwijl ik de hordeur open om naar binnen te gaan, komt er een simpele gedachte bij me op:

 

Misschien is mijn soldatengebed verhoord, en – in Jezusnaam – misschien is dit alles, elk moment sinds die nacht, deel geweest van het ontvouwen van het Antwoord.

 

Het is niet alleen een gedachte in mijn hoofd. Hij weerklinkt van top tot teen.

 

“Verdomd,” zeg ik.

 

Ik kleed me uit en ga op bed liggen – zonder de behoefte om ramen te sluiten of de dekens omhoog te trekken – en rust gewoon, voel mijn adem rijzen en dalen, beetje bij beetje lerend om er bij aanwezig te zijn zoals Jeshua me heeft geleerd, voel hem binnenkomen, niet alleen in mijn longen, maar naar binnen sijpelend door elke porie, naar buiten stromend als elke spanning oplost in Licht.

 

Vergeet niet, mijn broeder, om je te laten ademen door Gods liefde.

 

Misschien zal er een dag komen dat ik weet wat dat werkelijk betekent. Ik vertrouw niet langer op het inzicht van mijn verstand, het enige waar ik altijd op heb vertrouwd! Misschien heeft Hij gelijk. Op de weg van echte spiritualiteit, valt er misschien werkelijk niets te winnen. Alleen om alles wat zich bij vergissing heeft opgehoopt te verliezen, zodat er alleen ruimte overblijft voor de Werkelijkheid van God.

 

Wat zou het werkelijk betekenen, je over te geven aan zo’n reis die velen waanzinnig zouden vinden? Elkaars hand vasthouden is één ding, de liefde bedrijven een ander, maar je echt overgeven om in vervoering te worden gebracht, om volkomen genomen te worden, tja, dat is iets heel anders. Het voelt alsof ik ben uitgenodigd voor een feest waar ik, hoe dichter ik erbij kom, steeds huiveriger voor word, hoe uitnodigend de muziek ook is!

 

Ik rol me op mijn buik, mijn blik valt op de takken van de nachtbloeiende jasmijn die zachtjes in de bries wiegen. Kon ik me maar net zo gemakkelijk overgeven aan die ongeziene bries als die jasmijn! Zij lijkt beslist niet ineen te krimpen van angst, of te zwelgen in klachten en verwarring, noch te eisen op welke manier de bries haar heen en weer beweegt! Ze lijkt gewoon van de dans te genieten.

 

Ik sluit mijn ogen. Op dit moment is er niets te doen. Ik woon hier nu, en heb geen plannen. Grappig, maar het lijkt niet uit te maken. Kendra zal verbaasd zijn, maar misschien ook niet. Er is niets anders te doen dan Maui beter te leren kennen.

 

Mijn aandacht richt zich op Hem, die oude Vriend daar in de ruimte van de werkelijkheid, ongezien door de ogen van het lichaam, maar niet te missen door de ogen van het hart:

 

Jeshua, als je het boek gepubliceerd wilt hebben, zul je het zelf moeten doen. Ik zou kunnen zorgen dat het gebeurt, maar wat zou dat bewijzen? Ik weiger om hier iets mee te doen! Sterker nog, als jij bent wie je zegt dat je bent, zul jij het moeten bewijzen, en ik bedoel dat je elke laatste twijfel die ik heb zult moeten teniet doen!

 

De kracht van die gedachte is zo sterk dat ik rechtop op de rand van het bed ga zitten. “Oei, waar komt dat vandaan?” vraag ik me af.

 

Ik loop naar de douche en sta onder het enigszins koele water, dat van mijn voorhoofd over mijn gesloten ogen naar beneden stort en naar het afvoerputje aan mijn voeten stroomt. Ik heb een vreemd gevoel diep in mijn buik, bijna tot aan mijn schaambeen. Het is nieuw, alsof ik net een subtiele kamer in mijn huis heb ontdekt waarvan ik niet wist dat die er was. Wat vreemd!

 

Er verschijnt een beeld. Het is een groot valluik in een houten vloer. Het verschijnt precies daar waar het vreemde gevoel is. Deze keer slaag ik erin om er niet van weg te lopen, maar erín te gaan en in praktijk te brengen wat Hij me heeft geleerd. Om te voelen tot aan de rand van de weerstand. Hij heeft gezegd dat ik op een dag zal weten dat dit voelen betekent de tegenwoordigheid van de Liefde zelf zijn.

 

Zacht gefluister komt uit mij: “Ik zal je vertrouwen, Jeshua. Helemaal. Er is nu geen andere weg meer. Geen weg terug naar vertrouwde grond. Er is maar één manier om ooit te weten wat dit vreemde, nieuwe gebied met jou werkelijk inhoudt.”

 

Het valluik gaat open, en het vreemde gevoel neemt toe. Het voelt alsof ik val, of open ga, of, nou ja, ik weet het niet zeker. Mijn hele lichaam voelt anders. Wat het ook is waar het valluik mij voor geopend heeft, het voelt nu alsof het overal is, in elke cel. En het stromende water voelt zo fantastisch!

 

Zijn stem doet me schrikken. Het komt van achter mij, en ik kan zweren dat ik Zijn aanwezigheid achter mij kan voelen, alsof Hij daar staat. Maar ik draai me niet om om te kijken.

 

Heel goed, mijn broeder.

Hier heb ik geduldig langer op gewacht

dan je op dit moment weet.

Er is veel om op zijn plaats te zetten,

en we beginnen nu

samen aan ons gekozen Werk.

 

Jouw enige rol is om Mij dit te laten leiden,

totdat ons doel is bereikt.

 

Twijfel zal komen, en gaan, en weer opkomen.

Streef er alleen naar om je dit moment te herinneren,

en je zult niet opnieuw worden verslagen

zoals in een oeroud verleden.

 

Nu,

keer terug naar je Tacoma.

Daar wachten oude vrienden,

en ik kom met je mee om ze nogmaals

naar Mij toe te roepen.

 

Want de tijd is nabij.

Je zult je alles herinneren,

Te bestemder tijd.

 

Laat je oeroude geloof in Mij hersteld worden,

en vertrouwd totdat Mijn belofte aan jou is vervuld,

en je volledig bent teruggekeerd in de Vader.

 

Vertrouw de liefde voor Mij die je hebt

laten herleven, geliefde broeder.

 

Niets anders dan dit hoeft te worden gedaan.

 

Een onzichtbaar veld van energie lijkt me los te laten. Ik zet de douche uit, en keer terug naar het bed, waar ik enige tijd stil blijf liggen, verbijsterd.

 

Ik geloof dat ik aan een nieuwe baan begonnen ben, maar ik herinner me niet  wanneer ik het contract getekend heb! En ik denk dat er geen sprake is van secondaire arbeidsvoorwaarden. Maar voorlopig is het verzet in ieder geval weg.

 

“Daar gaat het wonen op Maui.” En dan draai ik me om, en val in een heel diepe, diepe, slaap.

*****

“Wát heb je gedaan!!!???”

 

Mijn shock ontploft keihard, zodat voorbijgangers in de gang van het vliegveld zich omdraaien en kijken, en de oudere dame aan de telefoon naast me haar muntjes in haar koffie heeft laten vallen!

 

“Sorry, mevrouw,” mompel ik verontschuldigend. Ze gaat naar een andere telefoon.

 

“Kendra, vertel me dat nog eens. Je zegt dat je het manuscript hebt weggegeven? Aan een vreemde?”

 

Kendra herhaalt haar verhaal, onderbroken door mijn gekreun. Zuchtend probeer ik het van me af te zetten.

 

“Wel, wat gebeurd is, is gebeurd. Nee, het is oké. Ik denk dat als ik dit vertrouwen-ding ga doen, ik niet kieskeurig kan zijn. Hé, mijn vlucht gaat zo vertrekken. Ja, doei.”

 

We hangen op en ik drentel langzaam naar mijn gate, half mompelend in mezelf.

 

Kendra heeft mijn manuscript aan een wildvreemde gegeven, ze zei alleen dat ze een sterke impuls voelde om dat te doen. Geen idee aan wie, laat staan waarom.

 

Terwijl ik in het vliegtuig stap, dat me wegvoert van het eiland waar ik van hou, terug naar de winterkou in Tacoma – gewoon omdat een deel van me luistert naar een stem die komt van een wezen dat ik niet eens kan zien – herinner ik me afleveringen van Star Trek waarin ze plotseling de controle over de Enterprise verliezen, waarna een stem over de luidsprekers schalt:

 

‘U bent nu in het land van de Borg. We hebben de volledige controle over uw schip. Verzet is zinloos.’

 

Kapitein Kirk, ik denk dat ik weet hoe u zich voelt. Vaarwel, Maui.

 

*****

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *