Hoofdstuk 12

Vertrouwen, nogmaals, is essentieel.

Het is ook je laatste les

in de tijd.

15 maart 1989

 

“Hoe is het met je?” Vraagt Kendra.

 

Ik klem de hoorn van de telefoon tussen mijn linkeroor en schouder en ga door met afwassen.

 

“Ik ben aan het afwassen. Weer.”

 

“Alweer?”

 

“Ja, alweer. Te zenuwachtig, denk ik.”

 

Ik stop en loop weg van het aanrecht.

 

“Dit is gekkenwerk, Kendra. Over een paar uur zijn jij en een handjevol vrienden hier, en ik heb geen idee wat er gaat gebeuren!”

 

“Wat kan er nou gebeuren? Het is gewoon met vrienden, toch?”

 

Ik leun tegen de muur. “Maar zullen ze daarna nog vrienden zijn?”

 

Kendra lacht, maar ik niet.

 

“Nou, tot straks om zeven uur. Ik moet naar beneden naar mijn kantoor, de deur dichtdoen en uitvinden hoe ik dit moet aanpakken, dit, oh, hel, het is gewoon ouderwetse angst, Kendra! En trouwens, bedankt dat je vanavond komt.

 

“Je dacht toch niet dat ik het wou missen, hé? Vergeet niet naar buiten te komen.”

 

“Naar buiten?”

 

“Uit je kantoor! Tot later!”

 

Daarmee is het telefoongesprek afgelopen, en ik loop de trap af naar mijn kantoor.

 

Ik sluit de deur zachtjes en haal diep adem. Meestal kom ik graag in deze kleine kamer in het huis dat ik zo snel na mijn terugkeer uit Maui gevonden heb. Het is er zo stil als onder een gewelf. Maar vanavond voelt het beklemmend, alsof de muren op me afkomen.

 

Ik ga op de rand van mijn yogamat staan en begin aan een reeks staande yogaposities, en merk hoe moeilijk het is om aanwezig te blijven; mijn adem dieper dan mijn borst proberen te krijgen gaat uiterst moeizaam. Het vertelt me, van daar beneden, dat ik ben verkrampt van angst; angst als dik beton waarop mijn asanas zwakke beitelslagen zijn.

 

Op de mat liggend met mijn gezicht naar beneden, begin ik harder te werken. Maar het heeft geen zin. Uiteindelijk strek ik me uit, nog steeds met mijn gezicht naar beneden, en geef het op.

 

Dan hoor ik Hem. Nee, eerst, voel ik Hem. Heel krachtig.

 

Krachtiger dan ooit.

 

Hallo, Mijn broeder.

En zo beginnen we aan de volgende stap

van een oeroud Werk dat we al eerder samen hebben gedaan.

Je hebt Me opnieuw je vertrouwen gegeven.

Ik zal je niet verlaten tot alles gedaan is.

 

En nu,

vraag ik je om je Bijbel te openen.

Begin te lezen in Jeremia alsjeblieft.

 

Heb ik hem goed gehoord? De Bijbel? Ik weet niet eens waar dat stomme ding is. Jeremia? Om de een of andere bizarre reden kan ik alleen maar denken aan dat oude popliedje, ‘Jeremiah was a bull frog’.

 

Terwijl ik opsta van mijn mat, bekijk ik mijn boekenkasten. Honderden en honderden boeken over filosofie, godsdiensten, natuurkunde en wat dies meer zij. Ik voel bijna minachting voor ze. Want niet één van die boeken heeft geholpen me voor te bereiden op deze vreemde reis met mijn ongeziene Bezoeker.

 

Rondscharrelend vind ik hem eindelijk, begraven onder een stapel papieren op een onderste plank. Even denk ik terug aan de manier waarop ik tijdens mijn studietijd alles wat daarmee te maken had handig wist te omzeilen.

 

Ik moet in de index kijken om de bladzijde met het boek Jeremia te vinden. Als ik er naartoe blader, gaan de vlinders in mijn maag een graadje heviger te keer. Meerdere, eigenlijk. Onmiddellijk spreekt Hij tot mij. God, Zijn stem is zo duidelijk, dat ik me kan omdraaien en uit het raam kan kijken zonder de verbinding te verliezen, zoals een vriend met je praat terwijl je met andere dingen bezig bent. Alleen lukt het mij niet om deze vriend uit te zetten.

 

Begin nu te lezen.

 

Dat doe ik. Bij het vijfde vers, stopt Hij me.

 

Lees alsjeblieft hardop, langzaam,

zodat je het echt kunt horen,

Want dit zijn mijn woorden voor jou nu.

 

Hardop. Langzaam. Oké. Ik denk dat dit een van die momenten is die ik zeker kon verwachten toen ik zei dat ik Hem uiteindelijk toch zou vertrouwen.

 

‘Voordat Ik u in de baarmoeder vormde, kende Ik u;

voordat u geboren werd heb Ik u geheiligd;

Ik heb u gemaakt tot een profeet voor de volkeren.’

 

Terwijl ik naar adem hap, en de bekende Nemesis hard en snel in mijn buik voel toeslaan, spreekt Hij weer:

 

Lees nu Vers Negen.

 

‘En de Heer zeide tot mij: Ik zal Mijn woorden in uw mond leggen.’

 

Mijn denkgeest, mijn adem, de bewegingen van mijn lichaam worden allemaal tot stilstand gebracht.

 

Mijn broeder,

Ik heb jou gekozen omdat jij eerst voor Mij koos,

lang geleden.

Ik zal je leiden naar hen die Ik dien,

zij die om Mij hebben geroepen.

 

Vrees niet,

want geloof je werkelijk

dat je Mij kunt verhinderen

om te spreken tot hen die Ik naar jou toestuur,

of vervormen wat Ik wil delen

terwijl Ik Mijn Vaders wil voortzet in dienst

van de Verzoening van de schepping?

 

Nogmaals, zeg ik je,

vertrouwen – samen met je onophoudelijke bereidheid –

is alles wat je hoeft mee te brengen naar ons Werk samen.

 

Het zal gebeuren dat, op een dag,

allen zullen beseffen dat dit alles is wat ooit nodig is

als wonderen komen om alle lijden te genezen.

 

Luister niet naar de stemmen van anderen,

maar wend je tot Mij,

en Ik ben bij je.

 

Vertrouwen, nogmaals, is essentieel.

Het is ook

jouw laatste te leren les

in de tijd.

 

Nu,

is de tijd aangebroken.

Laten we gaan,

en bij hen vertoeven

die zich nu verzamelen.

 

Vrees niet, geliefde broeder.

 

Vrees niet.

 *****

 Zijn energie verdwijnt. Ik word me bewust van gedempte geluiden boven me. Stemmen, gelach.

 

Ik haast me om op te schrijven wat er net is gebeurd, en de woorden die Hij sprak. Ik heb het gevoel dat ze in mijn brein gegrift zullen blijven zolang dat ding blijft werken.

 

Boven ben ik me nauwelijks bewust van de begroetingen als ik op een stoel ga zitten voor een half dozijn vrienden, die me allemaal aanstaren en zich afvragen wat er staat te gebeuren.

 

Ik raak met mijn wijsvinger mijn voorhoofd aan en streel zachtjes naar beneden, naar de brug van mijn neus, steeds maar weer, terwijl ik een gebed herhaal dat Hij me heeft opgedragen telkens als we zo samenkomen, en ik voel hoe de wereld zich in de verte terugtrekt. Het lichaam zelf wordt zacht, en nog zachter, totdat ook dat lijkt te verdwijnen in een nevel van licht en kleur, terwijl golven van gelukzaligheid en vrede me overspoelen.

 

Alles valt weg en ik ben me alleen nog van Hem bewust, terwijl ik ons samen zie in een oneindig veld van paarsig licht.

 

Alles is voorbereid,

en nu zullen we beginnen.

 

Dan merk ik dat we niet alleen zijn. Er lijkt een menigte te zijn, een grote cirkel, van wezens, allemaal glinsterend in licht. Allemaal in dit veld van paarsig licht. Ik kan vaag mijn woonkamer onderscheiden en de vrienden die daar zitten en naar mij staren.

 

Nee! Ze staren naar mijn lichaam, en ik ook! Alleen, ik kijk er op neer. Jeshua beweegt zich naar een plek net daarachter. Hij lijkt er dan in te gaan zitten. Het is het laatste waar ik me van bewust ben, tot het allemaal voorbij is.

 

Dank je, Mijn broeder.

 

Zijn stem doet me opschrikken. Snel word ik me weer bewust van mijn lichaam. Het is een nogal ruwe ervaring. Ik open mijn ogen, maar het duurt verscheidene ogenblikken voordat alles tot rust komt; mensen, bloempotten, stoelen, muren. Maar het zijn de mensen. Gezichten die me aanstaren, ogen wijd open. Sommigen met open mond, allemaal onbeweeglijk. Ze kijken verbijsterd.

 

Mijn lichaam vibreert, pulseert. Uiteindelijk ben ik in staat om te spreken, of moet ik zeggen, stamelen.

 

“W-wat is er gebeurd? Er was dit licht en toen…”

 

Stilte. Een lange stilte. Niemand verroert zich. Dan, één voor één, staat iedereen op. Een paar komen naar me toe en raken mijn been aan, of mijn hand. Maar zeggen niets. Na verloop van tijd is iedereen vertrokken. Ik zit nog steeds in de stoel, vibrerend, pulserend van energie, terwijl Kendra naar me kijkt. Dan zie ik de glinsterende sporen van tranen op haar wangen. Ze spreekt zachtjes.

 

“Hij, Hij sprak. Tot ieder van ons. Eén voor één. Alles. Onze levens. Lessen. Volgende stappen, als we willen. Dingen die niemand kan weten. Zijn eigen leven. Ik – ik bedoel, niemand zei iets. We luisterden alleen. En het was voelbaar. Je kon het snijden met een mes. ”

 

“Wat?” Slaag ik te zeggen.

 

“De, nou, de aanwezigheid, de, de liefde.”

 

Eindelijk staat ze op uit haar stoel.

 

“Ik geloof dat ik nu maar opstap.”

 

Ik kan nog niet opstaan en rondlopen. Mijn benen voelen als gelatine. Vreemden gemaakt van gelatine. Kendra geeft me een brief.

 

“Ik was het bijna vergeten. Ik heb je post onderweg mee naar binnen genomen. Gewoonte.”

 

Ik neem de brief aan, en kijk hoe ze weggaat. Wat er ook gebeurd is, het heeft haar duidelijk geraakt.

 

*****

 

Alles vibreert nog. Als ik niet beter wist, zou ik denken dat ik net een paar shots LSD op heb, alleen is het al jaren geleden dat ik dat geprobeerd heb, vlak nadat ik terugkwam uit Vietnam.

 

Ik open de brief.

 

Beste Marc,

 

Je kent me niet. Een vriendin van je heeft me enkele weken geleden een manuscript gegeven, tijdens een lezing in Seattle. Ik moet je eerst  vertellen dat ik heb gebeden om de echte Jezus te ontdekken en te leren kennen. Ik weet dat het geen toeval is dat ze jouw manuscript aan mij gaf.

 

Ik kan je niet vertellen wat dit voor mij betekent. Mijn gebed is ongetwijfeld verhoord.

 

En ik schrijf je om te vragen of je bereid bent mij te laten betalen om dit kostbare boek uit te geven. Het zou een eer zijn om dat te doen.

 

Vriendelijke groeten,

 

J.R.

 

Nu beginnen mijn eigen tranen zachtjes te vallen. Ik ben alleen, maar heb me nooit minder alleen gevoeld. Plotseling komt het in me op. Het teken! Plotseling herinner ik mij Zijn woorden aan mij:

 

Binnenkort zal er een duidelijk teken tot je komen van het Werk waaraan je deelneemt, het Werk van de verzoening van de Zoon. Als je duidelijk kiest voor actieve deelname aan dit Werk, zal er niets zijn waarin niet zal worden voorzien.

 

Hij maakte blijkbaar geen grapje. Voor het eerst kijk ik op mijn horloge. Het is na middernacht. Er zijn al meer dan vijf uur voorbij! Ik sta eindelijk op, voorzichtig, maar de vibraties nemen niet af.

 

Ik loop door de keuken en open de deur naar de nacht. Het is stil. Als ik op het gras stap, voel ik het. Ik bedoel, ik voel het echt. De appelboom lijkt meer vloeibaar licht dan een solide ding. Zelfs de bakstenen van de garage voelen innig geladen met dit vloeibare, vibrerende licht.

 

Ik loop de treden af naar de straat, en kijk omhoog naar de sterren. Op de een of andere manier voelen ze meer alsof ze in me zitten, dan boven me. Ik merk de kou niet eens op. Het is duidelijk dat er iets begonnen is. Ik ben mijn eigen versie van Brave New World binnengetreden, om de titel van dat boek te gebruiken. Ik hoop dat het ‘dappere’ deel tot het einde bij me blijft. Tenminste, als er een einde aan komt.

 

Ik keer terug naar huis en Zijn aanwezigheid kan ik met een nieuw gemak verwelkomen, alsof ik heb uitgevonden hoe ik deze kosmische telefoonlijn moet beantwoorden.

 

Het zal ochtend zijn voordat dit lichaam eindelijk slaapt. En, vreemd genoeg, wat komt, of de mogelijke ochtenden die nog komen, doet er niet meer toe.

 

Alle dingen zijn nieuw.

 

Nu,

is het klaar.

Nu al,

de keuze is gemaakt.

 

Nu,

is de herkenning

voltooid,

die komt als een dief in de nacht,

die de spinnenwebben

van schaduwen steelt,

en de illusie onthult

van een lang bestaande Droom

aan de Zoon

die het zich herinnert.

 

Het einde van een eenzame reis,

en de viering

van een reis die opnieuw begint.

Het is niet een reis naar,

maar binnen,

het Koninkrijk.

Zo is Mijn belofte vervuld,

want de Droom is voor altijd verbrand

in de glorie van de aanwezigheid van de Vader.

 

Nu,

begint het leven opnieuw.

Nu,

vervult het leven zichzelf.

En dit,

zonder moeite.

 

Welkom thuis,

geliefde broeder,

welkom thuis.

 

Amen.

 

*****

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *