Proloog

Toen ik een moment geleden de laatste zin van dit boek voltooide, flitste er plotseling een herinnering door mijn hoofd. Het kwam met zo’n helderheid en kracht dat ik niet alleen het plaatje zag, maar ook de geuren en sensaties beleefde.

Proloog

Toen ik een moment geleden de laatste zin van dit boek voltooide, flitste er plotseling een herinnering door mijn hoofd. Het kwam met zo’n helderheid en kracht dat ik niet alleen het plaatje zag, maar ook de geuren en sensaties beleefde.

Ik ben ongeveer vijf jaar oud en mijn moeder heeft me meegenomen naar een avonddienst in de kerk. Er staan kaarsen op elke vensterbank, hun betoverende licht weerkaatst tegen het gebrandschilderde glas dat ver boven mij in de puntige bogen lijkt te verdwijnen.

We zitten op harde houten banken die – vanuit mijn gezichtspunt – zich enorm ver uitstrekken totdat ze uiteindelijk plaats maken voor een platform, bedekt met een vloerkleed, waarop een altaar staat, met fijn linnen gedrapeerd en een gouden franje. Op het altaar staan twee grote kandelaars aan beide zijden van een gouden kruisbeeld. 

Achter het altaar hangt een torenhoog kruis dat vanaf het gewelfde plafond naar beneden reikt tot aan het altaar zelf.

Ik voel iets en zeg eenvoudigweg tegen mijn moeder: “Hij is hier mammie.”

Zonder haar hoofd af te wenden van haar gezangenboek dat ze doorbladert, vraagt ze: “Wie is hier, schatje?”

‘Christus,’ antwoord ik met zekerheid. Nu draait ze zich om en kijkt me aan. “Nee schatje, dat is Christus niet. Dat is de pastoor die je ziet.” Ik zie helemaal geen pastoor. “Nee mammie, Christus is hier!” Mijn respons is indringend en een beetje luid, zodat de man aan de andere kant van mijn moeder naar mij kijkt, dan naar mijn moeder. Beiden glimlachen en dan wordt mij gevraagd stil te zijn want de dienst gaat beginnen.

Verrast merk ik op dat niemand anders Hem heeft opgemerkt en, misschien voor het eerst, twijfel ik. Maar wat was dat gevoel dan?

Later, toen ik lezen had geleerd, smokkelde ik vaak een zaklamp mee naar bed. Als ik er zeker van  was dat iedereen sliep pakte ik mijn Bijbel, kroop ver onder de dekens om het licht af te schermen en probeerde het verschil te verklaren tussen het gevoel dat de woorden van Jezus me gaven (hetzelfde gevoel wat ik die avond in de kerk had) en wat iedereen me vertelde dat zijn woorden betekenen. Ik heb zelfs veel gebeden, omdat ik had geleerd dat God gebeden beantwoordt. Ik was er tamelijk zeker van dat mijn verzoeken over het hoofd gezien waren.

Langzamerhand raakte ik steeds meer gefrustreerd. Hoe ouder ik werd, hoe meer ik besefte dat ik in de minderheid was. In feite, naarmate mijn sociale wereld groter werd leek het duidelijk dat de meeste mensen zich niet druk maakten over deze zaken. Ze hadden het of te druk om erover na te denken of ze waren er vrij zeker van waar Christus was: in de hemel, zittend aan de rechterhand van God.

Ik kan me niet herinneren wanneer het gebeurde, maar ik vergat dat gevoel en op mijn eigen manier werd ik betoverd door het drama van mijn leven, net als ieder ander.

Maar de Vraag is nooit echt weggegaan. Hij kwam jaren later weer boven en leidde me naar een intensieve studie filosofie en vergelijkende godsdiensten, waar ik de schatten van het Oosten ontdekte: de sublieme wijsheid van Zen, en vooral de diepe inzichten en transformatieve wegen van yoga en meditatie. Hier werd dat gevoel niet alleen begrepen, maar daadwerkelijk opgezocht en verfijnd!

Naast al mijn enthousiasme en periodes van discipline, heb ik ook een groot deel van de tijd het onderwerp vermeden en afleiding gezocht op de gebruikelijke manier die we allemaal wel kennen. Toch bleef mijn sympathie voor Oosterse spiritualiteit bestaan en door de jaren heen nam ik meer en meer afstand van alles wat te maken had met het Christendom. Dat simpele feit maakt het des te opmerkelijker dat ik de Jeshua Brieven ontving, want het wezen van wie ik deze ontving identificeert zich duidelijk als de historische Jezus.

De boodschap die deze brieven bevatten is radicaal en mogelijk bedreigend, afhankelijk van jouw perspectief. Waar ik heel zeker van ben is dat de gebeden uit mijn kindertijd zijn verhoord. In feite is het duidelijk dat mijn hele leven in dienst heeft gestaan van dat Antwoord, dat mij geduldig alle plekken laat zien – innerlijk en uiterlijk – waar Christus niet is, alsook mij voorzichtig voorbereidt de Meester te horen, en me helpt het gevoel van het vijfjarige jongetje te begrijpen.

Mij eigen reis van ontwaken verschilt niet zoveel van de jouwe. In feite heb ik het leren zien als van jou, omdat wat van jou is ook van mij is. Want onze betrokkenheid bij dit grote mysterie dat we ‘leven’ noemen is van een heel heilige intimiteit. Onze levens kunnen aan de oppervlakte heel verschillend lijken, op een heel diep niveau wordt het vrijwel onmogelijk om het ene van het andere te onderscheiden.

Het open delen, vanuit ons hart, van onze schijnbaar afgescheiden reizen helpt ons dichter bij het Antwoord te komen dat we zoeken, hoe we de Vraag ook stellen.

Wanneer, door mijn delen van de Jeshua Brieven, ook maar één lezer licht op zijn of haar pad verkrijgt, of wordt aangezet fundamentele vragen te stellen op een nieuwe manier, dan is het de tijd die ik heb gespendeerd aan het schrijven van dit boek meer dan waard.

Moge jouw eigen reis gezegend zijn met Licht.

Jayem.

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *